zondag 30 november 2008

Advent, wat betekent dat ook al weer?


Het woord Advent komt van het Latijnse "adventus", dat "Komst" betekent.

De Advent begint op de zondag tussen 26 nov en 4 dec en beslaat de vier weken,die aan Kerstmis voorafgaan,een periode van boete, inkeer en blijde verwachting.

De oorsprong van de Advent ligt in het oosten, vierde-vijfde eeuw waar het de voorbereidende periode op het feest van de verschijning des Heren was, Kerstfeest dus.

Vanuit het oosten verspreidde de Advent zich over Gallie en Spanje,maar bereikte Rome pas in de 6de eeuw.

De Oosterse en Westerse traditie verschillen onderling,wat de lengte van de Adventperiode betreft, ze is respectievelijk acht en vier weken lang.

Gebruiken: In de loop van de Advent worden de kerstboom en vaak ook de kerststal in de huiskamer, kerk of op het dorps of stadsplein geinstalleerd.

In scholen, gezinnen en kerken worden Adventskransen gemaakt.

Op de eerste zondag wordt de eerste kaars aangestoken , elke volgende zondag komt er eentje bij.

De kaarsen staan symbool voor het komende licht ,de Adventskrans is rond en symboliseert de aarde ,de hele wereld.

De vier kaarsen op de krans geven niet alleen de vier weken voor de voorbereiding aan, maar ook de vier windstreken, Noord, Zuid, Oost en West.

Bij het aansteken van de kaarsen kan men dus ingaan op de voorbereidingsweken, maar ook op de vier windstreken waar men hoopvol uitziet naar verandering,bevrijding en verlossing.

De Advenskrans is normaal groen: teken van hoop en nieuw leven.

Heel sprekend wordt het als de Adventskrans bestaat uit dorre takken:Onze hond(den kunnen ons bij het verzamelen tijdens een wandeling behulpzaam zijn, elke week steekt men groene takken in een kwart van de krans, van kaars tot kaars, elke week wordt de krans groener,teken van groeiende hoop.

De Adventskalender wordt voor kinderen wat duidelijker, zo zijn er 24 doosjes, luikjes of zakjes, te openen, elke dag eentje tot aan kerstavond.

Als kind plakte ik op een groot vel een kerstboom, gemaakt van glimmende bonbon en toffeepapiertjes, na genoeg luciferdoosjes gespaard te hebben ,deden die dienst als kerstballen, zo kon ik elke dag een doosje openschuiven, waar destijds geen lekkers in zat maar een getal, die ik er zelf zorgvuldig had ingeplakt, ik vond het het mooist als de lampen en of kaarsen branden,want dan schitterde alles zo mooi, toen voelde ik duidelijk die groeiende hoop naar licht.

Lidy

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen