donderdag 12 februari 2009

De duur van het leven


Toen Onze Lieve Heer de wereld had geschapen en aan alle schepselen de tijd van leven wilde toebedelen, kwam de ezel ook en hij vroeg: "Heer hoe lang moet ik leven?" "Dertig jaren",antwoordde God: "Vind je dat goed?" "Ach Heer; zei de ezel,"Dat is zo lang. Denk nu eens aan mijn moeitevol bestaan;van de morgen tot de nacht zware lasten dragen, korenzak naar de molen slepen opdat anderen daar brood van krijgen, door niets wordt ik aangemoedigd dan door slagen en door schoppen en dat is mijn enige opfrissing! Ontlast me van een deel van die lange levenstijd." God had medelijden en schonk hem 18 jaar.De ezel ging getroost weg en toen kwam de hond.

"Hoe lang wou jij leven?" vroeg God hem, de ezel vind 30 jaar te veel, maar jij zult er wel tevreden mee zijn." "Here," sprak de hond, "Is het uw wil? Denk toch eens hoe ik draven moet, dat houden mijn poten niet zo lang uit, en als ik dan geen stem meer heb om te blaffen en geen tanden meer heb om te bijten, wat blijft er dan nog anders voor mij over, dan van de ene hoek naar de andere te lopen en te knorren." God zag dat hij gelijk had en schonk hem 12 jaar. toen kwam de aap.
"Jij wilt zeker 30 jaar hebben?",sprak de Heer tegen hem. "Jij hoeft niet te werken als een ezel en de hond en je bent altijd in je knollentuin." "Och Here", antwoordde hij;"Dat lijkt nu wel zo, maar zo is het niet.Als het gerstebrei regent dan heb ik geen lepel.Ik moet altijd maar grappen maken,rare gezichten trekken om de mensen aan ´t lachen te maken en als ze me dan nog een appel geven en ik bijt erin dan is hij zuur. Hoevaak is er droefheid achter de grap,dat houd ik geen 30 jaar uit. God was genadig en schonk hem 10 jaar.

Eindelijk verscheen de mens, hij was vrolijk, gezond en fris en hij bad God zijn levenstijd te bepalen. "Dertig jaar kunje krijgen," zei de Heer;"Is dat goed?" "Wat een korte tijd!"riep de mens;"Als ik mijn huis heb gebouwd en het vuur brandt in mijn eigen haard en als ik dan bomen heb gepland, die bloeien en vruchten dragen, en als ik dan van mijn leven denk te kunnen genieten, dan moet ik dood gaan.Ó Heer, verleng mijn tijd."

"Ik zal er je er de achttien jaar van de ezel bij doen, zei God. "Dat is niet genoeg,"antwoordde de mens. "Dan kun je ook nog de twaalf jaren van de hond krijgen." "Nog altijd te weinig." "Wel," sprak God,"Dan zal ik je er nog tien jaar van de aap bij doen, meer krijg je ook niet."

De mens ging weg maar tevreden was hij niet. Dus leeft de mens 70 jaar.

-De eerste dertig jaar zijn de menselijke jaren, die gaan snel voorbij. Dan is hij gezond, vrolijl, werkt met plezier en verheugd zich over zijn bestaan.

-Maar dan komen de achttien jaar van de ezel, dan wordt hem de ene last na de andere opgelegd, hij moet het koren dragen dat anderen tot voedsel strekt en slaag en schoppen zijn het loon van zij dienstbaarheid.

-Dan komen de twaalf jaren van de hond, dan ligt hij in de hoek en gromt en heeft geen tanden meer om in te bijten.

-En als die jaren voorbij zijn, dan vormen de tien jaar van de aap als slot. Dan is de mens een zwakhoofd en een dwaas, dan doet hij domme dingen en wordt voor de kinderen tot spot.


Gebr.Grimm

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen